Go to content Go to navigation Go to search

Raoul Deleo en J.Otto Seibold in OPA's ontwerpcafé op 19 februari

door Anka Kresse op 26 februari 2008

Als ‘niet-’ ontwerpdiscipline is illustratie een vreemde op het ontwerpplatform in Arnhem. Raoul Deleo merkte niet geheel onterecht op dat grafisch ontwerpen, mode-ontwerpen of industrieel ontwerpen als afgebakend beroepsgebied ‘ouderwets’ overkomt. Misschien kunnen we beter alle disciplines inclusief illustratie vatten onder één noemer ‘ontwerpen’ en hoeven we niet meer te specificeren.

Raoul Deleo werkt sinds zijn afstuderen aan de Willem de Kooning Academie, als freelance illustrator. Hij verzette zich tegen de mainstream Nederlandse illustratie door redactioneel in te grijpen in het tijdschrift RAILS, waarvan hij zelf vond dat het een groot bereik en een kwalitatief sterk imago had. Illustratie moest conceptueel zijn, eenduidig communiceren en kunnen shockeren. Met deze houding en een reeks aansprekende illustraties begon hij zijn carrière in redactionele illustratie.
In het interview op OPA’s podium, maakte Raoul duidelijk dat inmiddels, ongeveer 10 jaar later zijn idee over de Nederlandse illustratie is bijgesteld. Dutch Illustration is in tegenstelling tot Dutch Design nog steeds geen begrip. Maar de Nederlandse illustratie is ook niet alleen maar het verhalende plaatje bij een stuk tekst. Er wordt op grotere schaal illustratief conceptueel gedacht en ook -ontworpen en dat mag opgemerkt worden. Er is productietechnisch veel meer mogelijk dan 10 jaar geleden en grenzen tussen illustratoren, ontwerpers en art-directors zijn vager waardoor interessante kruisbestuiving kan plaatsvinden. Ook zijn grenzen tussen landen vervaagd en is de interactie op het web tussen illustratoren groot. Dit leidt in ieder geval voor Raoul tot een andere positionering en beleving van zijn eigen vak.

De behoefte om onderscheidend te werken is misschien niet verdwenen, maar wel veranderd naar een persoonlijker karakter. Bekend met zijn eigen vaardigheden en overtuigd van zijn grondige analyse en conceptvorming, waagt Raoul het nu om dat los te laten en de vrije hand zijn gang te laten gaan. Te tekenen omdat het goed voelt. Het werk dat hij als laatste liet zien, gemaakt zonder potloodschets of tippex voor de Nederlandse interpretatie van Jack Kerouac’s ‘On the road’, is hier een bewijs van.

In tegenstelling tot Raoul’s grondige en studieuze aanpak, is die van James Otto Seibold organisch, spontaan en intuïtief.
De internationaal bejubelde (prentenboeken) auteur-illustrator, moest aan de voor hem ongelukkige technische omstandigheden een draai geven. Projecteren kon hij niet; internetaansluiting kreeg hij niet. Met zijn kleine Amerikaanse laptopscherm en één prentenboek (dat verdween in het publiek) maakte hij het ondanks dat ruimschoots goed. Het verhaal dat Seibold vertelt is Seibold zelf. Een combinatie van fantasie en werkelijkheid. De mix tussen een zen-achtige levenskunstenaar en een komiek.
J.Otto Seibold, die al sinds het begin van de (grafische) digitale revolutie in de jaren ’80 op een Mac werkt, presenteerde zijn laatste productie. Illustraties voor een (eigen) prentenboek dat complexer en zwaarder oogt dan de boeken die hij hiervoor maakte. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het onderwerp van een als knoflook vermomd vampierjongetje.

Volgens Seibold is zijn manier van werken niet onderhevig aan zelfstudie of stijlvastheid. Hij creëert zoals hij presenteert, alles komt van binnen uit, klopt uiteindelijk en is voor degene die aanschouwt overal ter wereld meeslepend en inspirerend. Het is jammer dat we niet groot konden kijken, maar ik ben tegelijk blij met de ontstane intimiteit van zijn presentatie.
Op jottodotcom en op flickr kunnen we altijd nog wat beeld inhalen.
De dag erna, in Amsterdam werd Seibold’s presentatie na een kleine ‘ingreep’ wel voorzien van alle gewenste toeters en bellen.

Boeken van Otto Seibold zijn in The American Bookstore te krijgen of via zijn website te bestellen.

Verslagen

Reviews en verslagen van exposities, workshops, lezingen, festivals en meer.