De illustrator in Europa, wie is dat?
door Justine Brunsmann op 20 mei 2009

Voor Vormberichten 3/09 schreef Gert Gerrits (BNO) een artikel over het onderzoek van de European Illustrators Forum naar de illustrator in Europa. Hier op Ooglijm is een verkorte versie te lezen van zijn bevindingen:
De ilustrator in Europa
De ilustrator in Europa, wie is dat? Wat verdient hij of zij, met welk werk en voor welke klant? Het European Illustrators Forum (EIF) voerde een grootschalig onderzoek uit en kreeg wat meer inzicht. Met hoeveel we zijn weten we nog niet, maar dat we met z’n allen, verenigd onder de vlag van de nationale en overkoepelende beroepsvereniging, aan een betere positie kunnen werken is wel duidelijk.
Een impressie
In de zomer van 2008 is in een aantal Europese landen een onderzoek gehouden naar de positie van illustratoren. Ook Nederland deed mee; alle BNO-illustratoren zijn hiervoor benaderd. Andere deelnemende landen waren Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Ook de Italianen, Spanjaarden en Zweden hebben het onderzoek laten uitvoeren; hun resultaten zijn echter nog niet verwerkt. Vandaar dat onderstaande een beperkt overzicht is. Het EIF initieerde dit onderzoek met de bedoeling duidelijkheid te krijgen waar we over praten als we het hebben over dé illustrator als beroepsuitoefenaar. Wie is dat eigenlijk?
Dat het EIF, als associatie van nationale verenigingen voor illustratoren (waarbij ook de BNO is aangesloten) hiertoe het initiatief nam, is niet verwonderlijk. Immers: een doel van EIF is om illustratie een gezicht en een stem te geven in Europa. En dan moet je wel weten over wie je het hebt, of je kunt praten over dé Europese illustrator.
In geen enkel land is bekend hoeveel illustratoren er werkzaam zijn, wat de hoogte is van de inkomens en dus de waarde in het economisch verkeer. Welke opdrachtgevers zijn er? Welke software wordt er gebruikt? Maar ook: is het een mannen- of een vrouwenwereld, is men jong of oud, welke opleiding heeft men gevolgd? Daarom is eerst een exploratief onderzoek gehouden in de landen die momenteel het bestuur vormen van EIF. Basale gegevens die niet eerder zijn verzameld in meerdere Europese landen tegelijk.
Resultaten
Er zijn aardig wat overeenkomsten tussen de illustratoren in de deelnemende landen. Zo is de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke beroepsoefenaars overal zo’n fifty-fifty, en hebben de meeste illustratoren een opleiding minimaal gelijk aan ons HBO. Opvallend vind ik wel dat in Duitsland geen aparte opleiding bestaat voor illustrator, men studeert daar af als grafisch ontwerper. De deelnemers uit Nederland laten in verhouding met de andere landen een wat hoger percentage zien van illustratoren die niet meer zo piepjong zijn.
Natuurlijk zijn er ook verschillen. Meest opvallende: in Duitsland deed 98% van de leden van de beroepsvereniging mee, in ons land 10%. Komt dat omdat de vragen in Duitsland online konden worden beantwoord? Misschien, maar dan nog is het een opvallend hoog percentage waar menig onderzoeker van droomt.
Verdiensten
De meest prangende vraag: hoe zit dat nou met inkomens? Van de deelnemers blijken de Nederlanders relatief het meest te verdienen! Relatief, want de vraag ging over inkomsten als illustrator onder 12.000 tot meer dan 24.000 euro per jaar. 41% van de Nederlandse deelnemers valt in die laatste categorie, maar dat is natuurlijk nog altijd minder dan een modaal inkomen. De Franse illustratoren verdienen ons medeleven; van hen verdient 75% minder dan 12.000 euro per jaar. Engeland en Duitsland nemen middenposities in.
In Duitsland blijkt bovendien dat 68% niet voldoende verdient met het illustreren om te voorzien in de kosten van levensonderhoud. Gelukkig heeft 40% een verdienende partner. In Frankrijk verdient 52% zo weinig dat die inkomsten alleen de sociale zekerheid dekken; slechts 17% verdient voldoende om van te leven. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat menig illustrator andere bronnen van inkomsten heeft. Een hoog percentage werkt ook in de grafische hoek.
Ontwikkeling
Hoe hebben de inkomens zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld? Als we ervan uitgaan dat de hoogte van een tarief iets zegt over de inkomensontwikkeling, dan geeft tussen de 46% en 54% aan dat de tarieven in 2009 gelijk zijn aan die in 2004. Behalve in Groot-Brittannië, daar hanteert 70% eenzelfde tarief als vijf jaar geleden. Een vijfde geeft echter aan dat het gehanteerde tarief de afgelopen jaren minder is gestegen dan het inflatieniveau en dat betekent dus feitelijk een achteruitgang.
Verder blijkt dat een hoog aantal deelnemers bij zijn beroepsorganisatie te rade gaat over te hanteren tarieven. Hoe meer daar voor advies wordt gevraagd, hoe hoger de gemiddelde inkomens! In landen waar al langer beroepsverenigingen actief zijn, zoals Nederland en Engeland, blijken de inkomens hoger te liggen. Het is dus zinvol om te overleggen over je tarief ook al mogen de beroepsorganisaties geen prijsadviezen geven. Er zijn andere mogelijkheden.
Opvallend is verder dat in landen waar leengeldregelingen zijn de illustratoren een betere inkomenspositie hebben. Gelukkig maar, want deze regelingen zijn tot stand gekomen omdat beroepsorganisaties daar achteraan gezeten hebben.
Verkopen
In de enquête werd ook gevraagd of de respondenten problemen hebben gehad met onderhandelen over contracten. In Nederland heeft meer dan 50% dat, in Frankrijk slechts 25%. Dan dringt zich de vraag op of hier een verband is te leggen met de inkomenspositie. In Frankrijk is die gemiddeld slecht, in Nederland beduidend beter. Is dat het resultaat van kritischer naar overeenkomsten kijken en van een sterkere adviserende rol van beroepsorganisaties? En komt het door dat laatste dat de inkomenspositie voor illustratoren in ons land beter is? Franse illustratoren blijken ook veel vaker een prijs te vragen die onder de waarde ligt; Nederlandse illustratoren onderhandelen meer en kennen tarieven die worden beïnvloed door met welke opdrachtgever moet worden onderhandeld. Zij kijken goed naar hun klant.
Boeken, tijdschriften en reclame; dat zijn de gebieden waarin de meeste illustratoren werkzaam zijn. Dat is in elk land gelijk. Opvallend weinig illustratoren geven aan te werken voor het web.
Toekomst
Dit was een eerste onderzoek, en zoals elk onderzoek roept dit nieuwe vragen op: de waarom-vragen. Waarom zitten illustratoren niet bovenaan, of in het midden van de inkomensladder? Waarom vinden zoveel illustratoren dat hun werk wordt onderbetaald? Hoe is daar verandering in te brengen? Zetten we ons in het verdomhoekje en blijven we daar maar zitten? Zitten we vast in onze welbekende werkterreinen, of kunnen we onze markten uitbreiden door onze blik te richten op het buitenland of je werkgebied te verbreden buiten illustratie of geijkte opdrachtgevers?
De volledige onderzoeksresultaten zullen worden gepresenteerd op een congres in Warschau, in de zomer van 2009, waar de status van de Europese illustrator centraal staat. Wie weet krijgen we daar een antwoord op de vraag die mij al langer plaagt: hoeveel illustratoren zijn er nu eigenlijk in Europa? Want dat blijkt toch erg lastig te achterhalen.
Geinteresseerd in het volledige artikel?
Neem dan contact op met Gert Gerrits (BNO) via gert@bno.nl. Je kunt het EIF individueel ondersteunen: ook daarover kan je contact opnemen met Gert Gerrits (tevens voorzitter van EIF).
