Precies
door Bjorn Nelissen op 30 augustus 2010

Wat doe jij?
Het is deze vraag die ervoor zorgt dat ik niet graag in gesprek ga met vreemden. Want vroeg of laat zal ik deze vraag moeten beantwoorden en de reactie op het antwoord stemt me telkens weer mismoedig.
Ik ben illustrator is het antwoord op die vraag. De stilte duurt dan een seconde of twee, drie en dan komt de volgende vraag: maar wat doe je dan precies? Ik zou dan graag willen antwoorden dat ik voornamelijk redactionele illustraties maak met een sterk conceptuele basis en in mijn werk steeds zoek naar de dialoog tussen tekst en beeld. Maar in plaats daarvan beperk ik mij tot de beschrijving dat ik tekeningen maak die in kranten of tijdschriften geplaatst kunnen worden.
Oh je maakt cartoons?
Het had niet veel gescheeld of het antwoord op de vraag wat ik doe was veel eenvoudiger geweest: brandweerman. Dat is de droom van haast ieder 8-jarig jongetje. De mooie glimmende auto’s, de helblauwe zwaailichten en een luide toeter op het dak. Toen ik een spreekbeurt moest houden op de basisschool regelde mijn moeder een privé rondleiding op de kazerne. Ik mocht in de brandweerauto’s en van de glijpaal naar beneden glijden. Ik zou brandweerman worden en niemand zou later aan mij vragen wat ik als brandweerman nou precies zou doen.
Tot ik op een regenachtige middag uit verveling besloot te gaan tekenen en merkte dat het best goed ging. Mijn toekomst als illustrator stond vast toen de meester van de vierde klas op mijn rapport schreef ‘Een 8 voor tekenen!’ Tekenen was geen vak op de lagere school maar het was dat jaar wel het hoogste cijfer op mijn rapport. Vanaf die dag moest ik ook uitleggen wat een illustrator nou precies deed.
Norman Rockwell heeft nooit hoeven uit te leggen wat hij deed. Zijn werk domineerde alle bladen in de kiosken over heel de Verenigde Staten. Iedereen wist wie hij was en wat hij deed. Hij had de tijd ook mee. Fotografie was nog geen gemeengoed waardoor illustratoren de enige toeleveranciers van beeld waren. Illustratoren in ‘the golden age of illustration’ hadden niets te klagen. En dat deden ze ook niet.
Helaas zijn die gouden tijden voorgoed voorbij. De fotografie heeft illustraties min of meer verdrongen naar de marge, Photoshop zorgde ervoor dat art-directors en vormgevers zelf aan de slag gingen met beeld en stockbeelden vervulden de ‘instant satisfaction’ voor mensen die snel en goedkoop een beeld nodig hadden om witruimte mee te vullen.
Tegenwoordig zijn illustratoren kameleons geworden. De illustrator anno 2010 is niet alleen leverancier van plaatjes maar maakt ook websites, animaties, (designer)toys, ontwerpt patronen voor stoffen en behang, schrijft af en toe een tekst, houdt zich bezig met typografie en zet zo af en toe eens een folder in elkaar.
Wat een illustrator nou precies doet? Goede vraag!
(Illustatie: Björn Nelissen)
