Go to content Go to navigation Go to search

Beeldkracht

door Bjorn Nelissen op 11 december 2010

In 2005 maakte de cartoonist Kurt Westergaard voor de Deense krant De Jyllands-Posten een tekening van Mohammed die in zijn tulband een bom verscholen had. Westergaard werd door boze Moslims bedreigd en leeft tot op de dag van vandaag in een zwaar bewaakt huis met constante aanwezigheid van beveiligers.
Wat een gedoe om een simpel tekeningetje. Dat mensen zich zo druk kunnen maken om een paar druppels inkt die met pen en penseel op een vel papier zijn aangebracht. Toch zullen slechts weinigen een beeld zo morfologisch bekijken. Beelden dragen meestal ook een betekenis met zich mee.
Vaak is het zo dat de auteur van het beeld zijn boodschap niet zomaar prijs geeft en dat de kijker moeite moet doen om de betekenis te vinden in een afbeelding. De lezer wordt dan actief betrokken en blijft hangen bij de tekst die het beeld begeleid. Dit soort beelden worden vaak ‘conceptueel’ genoemd. Vaak worden ze toegepast bij redactionele artikels. Een conceptuele illustratie wordt niet op de eerste plaats gebruikt om te dienen als bladvulling, maar is een strategisch ingezet instrument om de lezer te betrekken bij het artikel die aan het beeld is gelinked.

Dit soort illustraties werden populairder vanaf 1970 toen de toonaangevende Amerikaanse krant The New York Times hun Op-Ed pagina lanceerde. De illustraties op deze pagina moesten anders zijn dan de beelden die elders in de krant gebruikt werden. Men zocht naar illustratoren die een onderwerp konden interpreteren in plaats van het te imiteren. En al ver voordat de NYT gebruik maakte van conceptuele illustraties werden de straatbeelden van Warschau en Krakau opgevrolijkt met de meest prachtige posters die je als voorbijganger niet bekijken deed, maar moest lezen als een boek. Deze posters hadden haast allemaal verborgen boodschappen om zo de strenge censuur van het Communistische bewind te omzeilen.
Conceptuele beelden staan bol van de symboliek en metaforen. Een grote bron van inspiratie voor conceptuele illustratoren is het Surrealisme en dan met name het werk van Matisse.

Ik was denk ik een jaar of 20 toen ik voor het eerst oog in oog stond met een conceptuele illustratie. Tot die tijd deed ik erg mijn best om de airbrushtechniek meester te worden. Mijn grote voorbeeld was Chris Foss, een Engelse illustrator die bekend is om zijn majestueuze Science-Fiction landschappen. Maar werken met een airbrush frustreerde mij enorm. Ik was meer bezig met het onderhoud van het materiaal en het voorbereiden en plannen van een beeld dan de daadwerkelijke uitvoering.
Totdat ik ineens in een boek dat ene beeld zag dat alles veranderde. De wereld stond op dat moment even stil en toen ik de impact van het beeld had verwerkt werd ik alleen gelaten met een heleboel vragen. Wat wil dit beeld mij vertellen? Wat maakte deze illustratie zo vervreemdend? En waarom kon een illustratie zo’n reactie bij mij teweeg brengen?
Die laatste vraag zorgde ervoor dat ik de kille en technische airbrush vaarwel zei en vanaf dat moment zou ik mij alleen nog maar bezig houden met werk te maken dat ook zulke reacties zou uitlokken.

Een conceptueel beeld werkt op de emotie. Het kan zeer confronterend zijn en derhalve heftige reacties oproepen. Maar het communiceert op een subtiele manier. Nooit schreeuwend, nooit op de voorgrond. Het dwingt je om stil te staan, om die pagina vooral niet om te slaan. Soms snap je wat er wordt gezegd en soms niet. Maar hoe dan ook, je wordt erdoor gegrepen.
Wie nog twijfelt aan de kracht van het beeld moet het Kurt Westergaard maar vragen. Of als dat niet lukt een van zijn beveiligers.

(Illustatie: Björn Nelissen)

Blikveld

Over inspirerend beeld in uiteenlopende vormen!